DELPHINE 13 maart 2002 – 12 augustus 2007.

Mirjam Wiskerke-Zijdewind.


Delphine was de kleinste, meest tengere van de vijf Solognote lammeren die op 14 juli 2002 na aankomst rustig in de aanhangwagen van fokker Anton Sauvé stonden te wachten tot zij er uit mochten. Van begin af aan nam zij het voortouw, gewend als ze was om als één van een drieling voor zichzelf op te komen. Vriendelijk maar alert kwam ze altijd naar je toe en liet zich eventjes over de neus aaien. Doordat ze vrij donker van tint was, ranker bleef dan de rest en het grootste wolloze “medaillon” had, kon je haar direct tussen de anderen herkennen maar wat nog het meest in het oog liep, was haar fiere houding.

Maandag 6 augustus 2007 viel mij aan het begin van de avond op dat een vrij donker getint schaap was achtergebleven en tussen de kleine stal en de kreekoever met de oren omwijd de kudde stond na te kijken. Alleen kon ik tegen de avondzon in niet goed zien of het wellicht Delphine was. Ik bleef staan wachten om te kijken of dit schaap misschien achterbleef omdat het wat moeilijk liep; iets wat in het verleden bij Delphine een aantal malen het geval was geweest en waarvoor zij uiteindelijk langdurig door een homeopathische dierenarts met Arnica LM1, aansluitend met -LM2 en - LM3 is behandeld. En met succes!

Het dier bleef maar staan en er kwam telefoon binnen. Na dat gesprek stond zij er niet meer en ik ging ervan uit dat zij zich alsnog bij de kudde op de andere weide had gevoegd. Ik vergat het voorval aan mijn man Kees te melden.

Kees meende diezelfde avond “iets vreemds” aan Delphine te zien maar zei niets tegen mij.

De volgende morgen schrok Kees enorm van haar sterk opgezwollen kop en lichaam en van het feit dat zij moeilijk liep en nauwelijks op de been kon blijven. Hij kwam voor zijn doen gealarmeerd naar huis om direct de dierenarts te bellen. Steeds opnieuw zagen wij haar naar de kreek lopen om te drinken.

Onze “vaste” dierenarts kwam diezelfde ochtend en Kees sprak mijn bange vermoeden, blauwtong, tegen hem uit. De dierenarts meende echter dat zij leverbot (onder de leden) had gezien de gedeeltelijk drassige weide langs die kant van de kreek, waarin de schapen - door de vele neerslag en daardoor laat maaien van de grote, droger gelegen weide - noodgedwongen langer dan gepland liepen. Dit, in combinatie met vrij hoog gemiddelde temperaturen. Bij het beluisteren van de longen kon hij niets afwijkends horen met de stethoscoop, temperatuur 40,3ºC en iets slappe ontlasting aan de thermometer. Aan de hoefjes en in de bek kon hij geen afwijkingen constateren. Hij diende haar Ivomec +, en Oxytetracycline/Dexametazon toe, een lang werkend antibioticum. Verder adviseerde hij Delphine op stal te zetten en geen groenvoer maar hooi te geven want ook eiwitvergiftiging zou een rol kunnen spelen door de grote hoeveelheid klaver in het gul groeiende gras.

Dinsdag en woensdag at Delphine nog hooi en brokjes. Vanaf donderdag werd dat minder en op (telefonisch) aanraden van de dierenarts werd daarop brood gevoerd; dat nam zij goed op. Door de automatische drinkbak konden wij niet controleren of zij wel voldoende dronk. Kees is daarom zaterdag gestart met het brood in water te weken, alvorens het te voeren. Helaas kreeg ik de homeopathisch werkend dierenarts pas donderdag te pakken en omdat op dat moment nog steeds niet duidelijk was waaraan Delphine precies leed, is zij puur op het door mij via de telefoon geschetste ziektebeeld afgegaan. In combinatie met haar specifieke gedrag kwam zij uit op Apis LM1. Het middel werkte vrij snel, vooral het oedeem rond de kop nam zienderogen af. De onderlip en de buik bleven echter nog opgezwollen.

Iedere dag kon zij beter en langer op de benen blijven staan; ook “danste” zij niet meer zo van het ene poot op het andere (bij nader inzien werd dat veroorzaakt door hevige pijn aan poten en gewrichten). Het oedeem aan haar kop werd dagelijks nog wat minder al bleef haar onderlip erg dik zien. We kregen goede hoop. Maar vrijdag 10 augustus zag Kees tussen de middag wit schuim vermengd met bloed in haar bek. Nogmaals onze eigen dierenarts gebeld en ditmaal (in tegenstelling tot ’s morgens, toen we - voor het weekend- even met hem wilden overleggen en hij voor een spoedgeval was weggeroepen), wél bereikt: “Misschien heeft zij op haar wang gebeten en áls het een virus is, moet het lichaam het zelf overwinnen”.

’s Avonds zag ik tijdens het voeren van haar lievelingskostje (notenrozijnenbrood > achteraf natuurlijk stom!) niet alleen een randje wit schuim op haar bek maar ook dat haar tandvlees ontstoken, en haar neusspiegel kapot was. Het vrij compacte stuk brood kauwde zij, zo goed en zo kwaad als het ging, zielstevreden weg.

Pas zaterdag nam de zwelling van haar buik (waardoor het gebied vlak voor de achterpoten enorm ingevallen leek) plotseling af. Toch kon je goed zien dat ze nog heel erg ziek was. Haar ogen bijvoorbeeld: ze keek zo’n beetje onderuit, onder driekwart geloken ogen door die overigens wel helder waren. Niet vertroebeld of zo.

Zaterdag at Delphine met smaak de in water geweekte stukken volkoren brood; verdeeld over de gehele dag; al met al een half brood.

Zondagmorgen 12 augustus ging de eerste boterham erin als koek. Het stukje brood waarop haar dosis Apis LM1 was gedruppeld een uur daarna: idem dito maar bij het tweede stuk brood ging het een klein uur later, finaal mis. Toen Delphine de tweede boterham voor de helft had opgegeten, trok zij haar bovenlip op en kreunde ineens van pijn. Direct de waarnemende dierenarts van de maatschap gewaarschuwd. Onze eigen dierenarts had helaas geen weekenddienst wat een vervelende bijkomstigheid was met een noodgeval als dit; een waarnemend moet je eerst alles opnieuw vertellen. Haar toestand verslechterde met de minuut en tegen de tijd dat hij arriveerde, crepeerde Delphine van de pijn en lag luid kermend en snakkend naar adem, rochelend op de grond. Ik heb haar nog moed ingepraat en gezegd dat er hulp kwam maar het was te laat. Toen de dierenarts na het (in mijn beleving voor haar belastend en langdurend) onderzoek naar zijn auto terugliep om Cortison voor Delphine te gaan halen, stierf zij heel stilletjes waar Kees en ik bij waren.

De dierenarts vroeg zich tijdens het onderzoek, luisterend met de stethoscoop af wat er in godsnaam aan de hand kon zijn: “Het lijkt wel een fanfare orkest daar binnen. Kan er soms iets met de slokdarm zijn”? En: “Echt koorts als koorts heeft ze niet. Ze ligt hier binnen en ze heeft net 40ºC”.

Nadat zij gestorven was, werd wederom op de vraag aan de dierenarts of het soms blauwtong was met grote stelligheid ontkennend geantwoord. Ik heb direct gezegd dat ik sectie zou laten verrichten; niet alleen omdat ik gewoon wilde weten waardoor zij op zo’n ellendige manier aan haar eind was gekomen, ook ten opzichte van de kudde, want wat was hier aan de hand?? Totdat de uitslag officieel bekend was, hebben wij ons het hoofd gebroken waaraan Delphine dan wél gestorven was. Zo liepen wij bijvoorbeeld uren lang op niets af de hele wei en afrastering af te speuren, op zoek naar de eventuele aanwezigheid van giftige struiken of planten die zij (en de anderen) gegeten zou kunnen hebben.

Zowel onze eigen dierenarts als de homeopathische dierenarts, Solognote fokker Anton Sauvé en schaapherder Klaasjan van der Kolk (die onze schapen ieder jaar scheert), iedereen dacht na mijn relaas over de plotselinge dood van Delphine in eerste instantie dat er nog iets heel ánders dan … ja, wát?? moest hebben meegespeeld.

Blauwtong deed dit jaar in onze regio in de eerste helft van augustus nog maar net zijn intrede. Beide dierenartsen die haar hadden onderzocht, hebben zich mede door de grote diversiteit aan voorkomende symptomen (die bovendien bij ieder door het virus besmet dier weer verschillend en in meer of minder ernstige mate kunnen voorkomen) verkeken op de ernst van de situatie.

Onze homeopathische dierenarts vertelde mij diezelfde week dat in het laatste stadium van blauwtong de moeilijke ademhaling, afsluiting van de bovenbuik en vernauwing van het strottenhoofd kenmerkend zijn.

Uit het via e-mail verstuurde sectie verslag van GD te Deventer d.d. 13.08.2007 en aanvullend verslag d.d. 23.08.2007, bleek dat Delphine wel degelijk slachtoffer was geworden van het blauwtong virus.

Wat mij heel erg parten heeft gespeeld, is het feit dat wij haar door onjuiste diagnose niet de zorg hebben gegeven die zij zo nodig had en dat was in haar geval bovenal: pijnbestrijding. Delphine was heel erg ziek en het is maar helemaal de vraag of zij het met een specifiek op haar ziekte toegesneden behandeling had gered maar zij had minder hoeven lijden en dat wil ik wie dit ook leest meegeven: hélp je zieke dieren, ze zijn immers aan onze zorgen toevertrouwd en kunnen niet zélf naar middelen grijpen of de hulp van een dierenarts inroepen!

In wezen en verschijning was Delphine een bijzonder dier en wij – en ik denk ook haar kudde – missen haar zeer.


Mirjam Wiskerke-Zijdewind.
Oudelande, september 2007.



Naschrift.
In Nieuwe Oogst, het weekblad van de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, is in de aflevering van zaterdag 22 september jl. een hele pagina gewijd aan toepassing van homeopathie bij blauwtong, geschreven door homeopathisch dierenarts Liesbeth Ellinger. In die van de week erop staat een uitgebreide reactie op bovengenoemd artikel.

Zelf hebben wij met homeopathische behandeling van blauwtong - wél onder begeleiding van een homeopathische dierenarts en altijd náást het gebruik van antibioticum plus een pijnstillend/ontstekingsremmend/koortsverlagend middel - goede ervaringen.